FD – Witwascontroles monden uit in juridische strijd om bankrekening

FD.: “De strengere witwasaanpak van banken leidt tot juridisch getouwtrek over het behoud van bankrekeningen. Financiële instellingen nemen veel te lichtvaardig afscheid van klanten, zeggen advocaten tegen het FD. Banken stellen dat ze aan hun wettelijke plicht voldoen om witwassen en terrorismefinanciering te voorkomen. En dat ze daarbij zorgvuldig te werk gaan.”

Klik hier voor het hele artikel

Dit jaar heeft Bos & Partners Advocaten meegewerkt aan de 8ste editie van GLI- Litigation & Dispute Resolution.

Het deel “procesvoering en beslechting van geschillen” van de uitgever Global Legal Insights, geeft een beknopt overzicht van de wijze van procesvoering, de efficiëntie en integriteit, voorzieningenprocedures, beslag, alternatieve geschillenbeslechting, etc in 32 verschillende landen. Voor Nederland is het hoofdstuk door ons kantoor geschreven.

Het door ons geschreven hoofdstuk is hieronder te downloaden.

GLI-Litigation & Dispute Resolution Netherlands

Scholen en universiteiten stellen banken nauwelijks aansprakelijk voor de verliezen die ze lijden door renteswaps. Terwijl dat wel lonend kan zijn, blijkt uit een zaak voor de Amsterdamse rechter.

In een recent gepubliceerd vonnis blijkt dat Rabobank aansprakelijk is voor de miljoenen verliezen die de Zeeuws-Zuid-Hollandse scholengemeenschap Edudelta leed op renteswaps. Volgens advocaat Hendrik Jan Bos van Bos & partners advocaten zijn er meer vergelijkbare zaken.

Lees verder..

Hendrik Jan Bos is te gast bij Harry Mens in het programma Business Class.

Het persoonlijk vervolgen van bestuurders van vennootschappen mag dan moeilijk zijn in het strafrecht, in het civiel recht is het ook een zeldzaamheid.

Lees verder…

Fortis-baas Civiele vervolging

 

De Nederlandse Vereniging van Banken heeft een afdwingbare Gedragscode Kleinzakelijke Financiering opgesteld. De Gedragscode Kleinzakelijke Financiering is op 1 juli 2018 in werking getreden. Hierdoor zal meer zekerheid bestaan over de dienstverlening van banken jegens kleinzakelijke klanten. In de Gedragscode Kleinzakelijke Financiering (hierna: “de Gedragscode”) zijn verschillende gedragsnormen neergelegd waar banken zich aan dienen te houden, zowel bij het verstrekken van financieringen aan kleinzakelijke klanten, als gedurende de looptijd van de financiering.

Kleinzakelijke klanten

De Gedragscode is van toepassing op rechtspersonen en natuurlijke personen die handelen in de uitoefening van hun beroep of bedrijf met een jaaromzet van maximaal € 5.000.000,-. Het moet daarbij gaan om financieringen die na 1 juli 2018 zijn verstrekt, of om bestaande financieringen die na 1 juli 2018 zijn verhoogd. Naar aanleiding van de financiële crisis bestond behoefte aan meer duidelijkheid voor kleinzakelijke klanten. Kleinzakelijke klanten hebben namelijk een andere financiersbehoefte dan consumenten, maar beschikken niet over dezelfde kennis als grote ondernemingen. De Gedragscode zal deze positie verduidelijken.

Inhoud Gedragscode

In de Gedragscode zijn minimumrichtlijnen opgenomen waar banken zich aan dienen te houden. Het financieringsproces is opgedeeld in drie fases: de Oriëntatiefase, de Aanvraagfase en de Beheerfase. Banken moeten bijvoorbeeld in de Oriëntatiefase de voor- en nadelen van de risico’s van hun financiële producten in kaart brengen. In de Aanvraagfase moeten banken onder andere nagaan of de financiering aansluit bij het bestedingsdoel van de klant. Ook dient een bank bij afwijzing van een financieringsaanvraag, haar overwegingen schriftelijk kenbaar te maken.

In de Beheerfase dient een bank o.a. minimaal twee maanden van te voren te berichten dat een Rentevaste Periode afloopt. Ook moet een bank correspondentie of financieringsdocumentatie opnieuw aan de klant verstrekken als de klant daar om vraagt. Bij overdracht aan de afdeling bijzonder beheer dient de bank haar klant daarover en over de reden daarvan in te lichten.
Op grond van de Gedragscode kunnen kleinzakelijke klanten een geschil met de bank voorleggen aan het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening (“KiFiD”).

Wilt u weten wat de inwerkingtreding van de Gedragscode voor u betekent, of wilt u advies over uw rechtspositie ten opzichte van uw bank? Neem dan contact op met Roger Kroes (r.kroes@www.bos-partners.nl) of Jolien Derksen (j.derksen@www.bos-partners.nl).

 

Het Financiële Dagblad publiceerde 29 en 30 maart jl. hoe Rabobank bij bouwbedrijf Midreth de macht greep en het financieel heeft uitgehold. Zo heeft dat bouwbedrijf alleen al € 22 miljoen aan fees betaald voor een krediet van € 64 miljoen. Daarnaast kwamen dan nog de rente voor de leningen en een rentederivaat (Super Collar).

Rentederivaten werden door banken verkocht onder het voorwendsel dat zij de kredietnemer zouden beschermen tegen een rentestijging. Dat dit niet waar was, bleek toen de banken de opslagen op de leningen gingen verhogen, ook bij kredietnemers die rentederivaten hadden afgesloten. Uit een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden blijkt nu dat Rabobank ook zonder gebruik te maken van opslagverhogingen kredietnemers met een rentederivaat met hogere rentelasten heeft opgezadeld, namelijk door de rentegrondslag van de lening tussentijds aan te passen.

Wat is een Super Collar?

Een Super Collar is een exotische vorm van een renteswap. Het is een combinatie van een gekochte cap (ofwel renteplafond) en verkochte floor (ofwel minimumrente). Zolang de rente binnen deze bandbreedte (dus tussen de cap en de floor) blijft, betaalt de kredietnemer de variabele rente (Euribor) plus een opslag. Wanneer de Euribor boven de cap uitkomt, betaalt de kredietnemer in plaats van de Euribor het renteplafond, en daarnaast nog de opslag. Het is daarom een product dat gebruikt wordt om kredietnemers te beschermen tegen een rentestijging. Indien de rente echter onder de floor komt, moet de kredietnemer een boete betalen. De kredietnemer betaalt dan, in plaats van de Euribor de floor en een boete (die samen doorgaans even hoog zijn als de cap), en daarnaast nog de opslag.

Euribor omzetten in Basisrente

Rabobank fungeerde als huisbankier van het bouwbedrijf Midreth. Rabobank heeft in 2007 een Super Collar van € 20.000.000,- aan Midreth geadviseerd om het renterisico op haar Euriborgerelateerde lening af te dekken. Toen de Euribor was gedaald tot onder de floor, betaalde Midreth een rente van circa 5,3% (3,8% onder de Super Collar en 1,5% opslag).

Rabobank heeft echter op een gegeven moment de rentegrondslag van de leningen veranderd: niet langer bestond deze uit de Euribor plus opslag, maar uit de ‘Rabobank Basisrente’ plus opslag. Tegelijkertijd liep de Super Collar gewoon door.

Hierdoor betaalde Midreth, in plaats van (circa) 5,3%, de Rabobank Basisrente van 4,85% én een opslag van 1,5% én 3,365% als gevolg van de Super Collar. Midreth betaalde dus in totaal 9,715% rente aan Rabobank, terwijl Rabobank haar nu juist de Super Collar had verkocht onder het voorwendsel dat zij nooit meer dan circa 5,3% aan rente zou moeten betalen.

Omdat de Super Collar geen bescherming bood tegen stijging van de variabele Rabobank Basisrente, was Midreth ook niet langer beschermd tegen rentestijging. De Super Collar zelf had geen enkele functie meer en werd daardoor een speculatief product.

Oordeel Gerechtshof

Het Gerechtshof Arnhem heeft geoordeeld dat Rabobank, door het wijzigen van de Euribor rente naar de Rabobank Basisrente, of de rente of de Super Collar kostenneutraal had moeten oplossen. Doordat Rabobank dit niet gedaan heeft, was voortzetting van de Super Collar zeer nadelig voor Midreth. Rabobank is daarom tekort geschoten in de nakoming van haar verplichtingen en/of heeft onrechtmatig gehandeld.

Wilt u meer weten over de mogelijkheden om schadevergoeding te vorderen aangaande een Super Collar of een ander rentederivaat? Neem dan contact op met Hendrik Jan Bos (HJ.Bos@www.bos-partners.nl)

Op grond van hun Algemene Voorwaarden zijn banken bevoegd om eenzijdig het opslagpercentage van een zakelijke financiering te verhogen. Rabobank ontleent deze bevoegdheid aan haar Algemene Voorwaarden voor bedrijfsfinancieringen. Op grond van artikel 2 van de Algemene Bankvoorwaarden rust echter op banken ook een zorgplicht bij de uitoefening van de bevoegdheid om de opslag te verhogen. In een recent verschenen uitspraak heeft de Rechtbank Zeeland-West-Brabant de mogelijkheid om eenzijdig opslagen te verhogen, ingeperkt vanwege de zorgplicht die op een bank rust.

Opslagverhogingen

De eiser in deze zaak is een vastgoedondernemer die met Rabobank diverse geldleningsovereenkomsten heeft afgesloten. Rabobank stelt de rente die de vastgoedondernemer daarvoor moet betalen vast op basis van de Euro InterBank Offered Rate (hierna: “Euribor”). Daarnaast bepalen de Algemene Voorwaarden voor bedrijfsfinanciering dat de te betalen Euribor wordt verhoogd met een door Rabobank te bepalen opslag én dat Rabobank die opslag altijd kan wijzigen. Tot tweemaal toe heeft Rabobank onder verwijzing naar de Algemene Voorwaarden voor bedrijfsfinanciering deze opslagen verhoogd. Eiser is echter van mening dat het eenzijdig verhogen van de renteopslagen in dit geval in strijd is met de op Rabobank rustende zorgplicht die is neergelegd in artikel 2 van de Algemene Bankvoorwaarden.

Oordeel van de Rechtbank

De Rechtbank oordeelt dat Rabobank bij de gebruikmaking van de bevoegdheid om de renteopslagen te verhogen de nodige zorgvuldigheid in acht dient te nemen en rekening dient te houden met de belangen van de cliënt. Dit is volgens de Rechtbank met name van belang vanwege de zeer ruime bevoegdheid die Rabobank daarbij op grond van de letterlijke tekst van haar Algemene Voorwaarden heeft om de opslagen te verhogen. Om hier toepassing aan te geven, is noodzakelijk dat Rabobank onder meer informatie inwint over de financiële toestand van de cliënt en zijn onderneming. Dit geldt ook voor eventuele bijzonderheden met betrekking tot diens persoonlijke omstandigheden. In dit geval ging het bijvoorbeeld om recente taxatierapporten van de panden van de vastgoedondernemer. Indien Rabobank vervolgens de opslag wil verhogen, dient zij dit bij voorkeur gemotiveerd met de cliënt te bespreken en anders schriftelijk aan de cliënt kenbaar te maken. Rabobank had echter de opslagverhogingen gebaseerd op de waarde van de panden in 2013 en 2014. Op basis daarvan zou de loan-to-value verhouding te risicovol zijn. Volgens de Rechtbank heeft Rabobank hierdoor de opslagen in strijd met de op haar rustende zorgplicht verhoogd.

Conclusie

Banken mogen aldus op grond van deze uitspraak gebruik maken van hun contractuele bevoegdheid de opslagen bij een zakelijke financiering te verhogen, maar deze bevoegdheid is niet onbegrensd. Eerder is overigens al in uitspraken bepaald dat een bank de opslag evenmin mag verhogen, indien de cliënt tevens een renteswap heeft afgesloten met als doel een vaste rente te betalen.

Wilt u weten, of u met succes een opslagverhoging ongedaan kunt laten maken en de verhoogde opslagen kunt terugvorderen? Neem dan contact op met Roger Kroes (r.kroes@www.bos-partners.nl) of Jolien Derksen (j.derksen@www.bos-partners.nl).

Kan de verplichting om te betalen in bitcoins leiden tot een faillissement, indien de wederpartij deze verplichting niet nakomt? Over deze vraag heeft de Rechtbank Amsterdam zich recent moeten buigen.

Geschil

Tussen A en B bestaat een verbintenis die strekt tot betaling van bitcoins. B kwam deze verplichting echter niet na, waarop A het faillissement van B aanvroeg. Op grond van artikel 1 van de Faillissementswet kan een schuldenaar, die in de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, hetzij op eigen aangifte, hetzij op verzoek van één of meer van zijn schuldeisers bij rechterlijk vonnis in staat van faillissement worden verklaard. De vraag die speelde, was of voldaan was aan het vereiste “dat gebleken is van de toestand dat B opgehouden is te betalen”. Bitcoins zijn namelijk (nog) geen wettig betaalmiddel.

Oordeel

Onder verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad uit 1921 oordeelde de Rechtbank Amsterdam dat de term betalen niet alleen ziet op de voldoening van een geldvordering, maar ook op de voldoening aan een verbintenis. Aangezien daarnaast sprake bleek van diverse (steun)vorderingen, heeft de Rechtbank Amsterdam B in staat van faillissement verklaard.

Wilt u meer weten over de mogelijkheden om nakoming en/of schadevergoeding te vorderen aangaande bitcoins of andere onderwerpen? Neem dan contact op met Jolien Derksen (j.derksen@www.bos-partners.nl).

De Engelse bank RBS heeft klanten in haar afdeling Bijzonder Beheer gebracht om er zelf van te kunnen profiteren. Het bankpersoneel werd aangemoedigd om vooral de kas van RBS te spekken en niet te kijken naar de behoeftes van noodlijdende ondernemers. Ook in Nederland zijn er banken waarvan hun afdeling Bijzonder Beheer hun klanten door renteopslagen en gedwongen verkoop van bezittingen, nog dieper in de problemen hebben gebracht. Ondernemers die dat is overkomen, kunnen hun zaak aan ons voorleggen.

Het gehele artikel “Uitgelekt rapport: ‘RBS maakte problemen mkb’ers groter'” van Het Financieele Dagblad leest u hieronder:

https://fd.nl/ondernemen/1242860/uitgelekt-rapport-rbs-maakte-problemen-mkb-ers-groter