Banken verzwegen hun eigen renteverwachting bij rentederivaten

Hadden banken voorafgaand aan de verkoop van rentederivaten hun klanten moeten inlichten over de eigen rentevisie van de bank? En hadden banken deze rentederivaten überhaupt mogen verkopen toen zij op het moment van verkoop, zelf een rentedaling in plaats van een rentestijging verwachtten? Dit zijn de twee belangrijkste vragen in zaken tegen ABN AMRO, ING, Rabobank en Deutsche Bank die wij behandelen.

Onjuiste voorspiegeling rentevisie

In meerdere zaken had de bank aan de betreffende ondernemer medegedeeld dat de rente zou gaan stijgen. In werkelijkheid verwachtte de bank echter een daling van de rente. Steeds meer rechters menen dat in zo’n geval de bank een onjuist advies heeft gegeven en haar mededelingsplicht heeft geschonden. In veel van onze zaken heeft dat al tot een goed resultaat voor onze cliënten geleid.

Meer daarover in het artikel in Het Financieele Dagblad van 12 februari 2018 met de kop:

Vragen over rentederivaten worden waarschijnlijk nooit beantwoord

https://fd.nl/ondernemen/1241246/vragen-over-rentederivaten-worden-waarschijnlijk-nooit-beantwoord

Vertraging derivatendossier kan vérstrekkende gevolgen hebben voor de juridische positie van gedupeerden.

Op 8 december 2017 heeft de AFM een rapport verwacht, waarin staat dat de banken weinig voortgang boeken met het uitvoeren van het Herstelkader voor rentederivaten. De uitwerking van het Herstelkader loopt vast, omdat het vaststellen van de schade te complex blijkt te zijn. Het betreft het met name de schade die is veroorzaakt door rentederivaten met exotische namen als Zero Cost Knock-in-Collar. Dergelijke rentederivaten worden in het Herstelkader ‘Gestructureerde Rentederivaten’ genoemd met een ‘verkochte optionaliteit’. Andere voorbeelden van dit soort rentederivaten zijn Cap (with) knock-in Floor, (Semi) Super Collar, Collar Extra, Step-In Cap, Averaging Cap with Knock-In Floor, (Extra) Swap Extra, (Bermudan) Cancellable Swap, Rate Reducer, Rentemix Swap en Extendable Swap.

Schieten de getroffen voorzieningen van de banken tekort?

De uitvoering van het Herstelkader bij dergelijke rentederivaten is volgens de banken complex. Voor een geoefende rekenaar als een accountant zou dit niet complex behoeven te zijn. Insiders constateren dat banken, accountants en de AFM elkaar in een houtgreep houden. Eén van de redenen voor deze houtgreep en de opgelopen vertraging zou kunnen zijn dat de banken op dit moment geconfronteerd worden met berekeningen waaruit blijkt, dat zij vergoedingen moeten betalen waarvan het totaal de hoogte van de daarvoor getroffen voorzieningen met honderden miljoenen overschrijdt. Alleen de accountantskosten slurpen al een half miljard euro van de anderhalf miljard getroffen voorzieningen op. Het is te verwachten dat de banken aan de gedupeerden uiteindelijk een lager aanbod zullen doen, dan waarop zij recht hebben, teneinde binnen die getroffen voorzieningen te blijven.

Bindend advies is schijnprocedure

Veel gedupeerden blijven intussen, ondanks de langdurige vertraging, braaf de uitkomst van het Herstelkader (blijven) afwachten. Daarbij verkeren velen in de onterechte veronderstelling dat zij straks altijd nog een voorstel van hun bank voor bindend advies aan een onafhankelijke commissie kunnen voorleggen. Het bindend advies ziet namelijk nadrukkelijk niet op het volledige Herstelkader. Zo zullen bijvoorbeeld gedupeerden met de hiervoor genoemde exotische producten het aanbod van de bank bij twijfel of onenigheid niet door die onafhankelijke commissie kunnen laten beoordelen, zo volgt uit het Herstelkader.

Tijdens het wachten op het Herstelkader kunnen rechten verjaren

Zij zullen dus tegen de bank moeten procederen als zij aanspraak willen maken op een hogere vergoeding. Maar daarbij ligt een tweede gevaar op de loer. Veel gedupeerden weten namelijk evenmin dat er mogelijk belangrijke termijnen zijn verstreken of dreigen te verstrijken, doordat de daarvoor benodigde actie niet is ondernomen.

Stel rechten veilig

Gedupeerden die hiertoe nog niet zijn overgegaan, doen er goed aan om hun dossier te laten beoordelen en hun rechten zekerheidshalve veilig te stellen. Dat geldt overigens ook voor gedupeerden die het aanbod van hun bank wél voor bindend advies aan een onafhankelijke commissie kunnen voorleggen. Ook zij zouden moeten laten onderzoeken, of er een redelijke kans op een hogere vergoeding via de rechter is, dan een vergoeding op grond van het Herstelkader en of dat verschil de moeite en het risico van het procederen waard is. Deze gedupeerden dienen overigens te beseffen dat zij het aanbod van de bank moeten accepteren en afstand moeten doen van hun recht om te procederen, indien zij het aanbod van de bank voor een bindend advies aan die onafhankelijke commissie willen voorleggen. Ook om die reden is het zaak om tijdig tevoren duidelijkheid te krijgen over de kansen op succes van een gerechtelijke procedure.

ABN AMRO dient haar rentevisie te bewijzen. In een procedure over een renteswap heeft het Gerechtshof Amsterdam ABN AMRO opdracht gegeven om te bewijzen dát èn waaròm zij begin juni 2008 verwachtte dat de eenmaands Euribor op een termijn van 10 jaar zou gaan stijgen;

Het Hof heeft geoordeeld dat de renteverwachting van de bank van belang is voor de keuze van het soort rentederivaat.

Het Hof oordeelde voorts dat de bank haar renteverwachting dan ook aan haar klant had moeten mededelen ten tijde van het afsluiten van het rentederivaat.

De klant heeft aangetoond dat ABN AMRO zelf een daling van de rente in de eerste anderhalf jaar verwachtte, en dat ABN AMRO die verwachte daling niet aan de klant heeft medegedeeld. Als verweer stelde ABN AMRO zich op het standpunt, dat zij in 2008 verwachtte dat de rente weliswaar op korte termijn ging dalen, maar over de lange termijn (10 jaar) zou gaan stijgen. ABN AMRO heeft echter (nog) niet aangetoond dat zij dit ook daadwerkelijk in 2008 verwachtte.

Het Hof heeft ABN AMRO Bank opgedragen om te bewijzen en met bewijsstukken te onderbouwen (dus niet door een verhaaltje van een bank-medewerker) dát èn waaròm zij begin juni 2008 verwachtte dat de eenmaands Euribor op een termijn van 10 jaar zou gaan stijgen.

In die periode van juni 2008 hebben met name Rabobank en ABN AMRO Bank op grote schaal renteswaps bij hun klanten naar binnen gedrukt met als argument: “Je moet nu heel snel een renteswap aanschaffen, want er komt een enorme rentestijging aan.”

Dat deden de banken, ondanks dat zij zelf een rentedaling verwachtten. Dat is geen vergissing van de banken, maar misleiding van hun eigen klanten, waaraan de banken miljarden hebben verdiend.

Voor heel veel rentederivatenzaken (niet alleen voor renteswaps) in het hele land is dit oordeel èn de bewijsopdracht van het Hof Amsterdam van groot belang; Wat was de eigen renteverwachting van de bank op het moment dat zij haar klanten dure producten adviseerde die kunnen beschermen tegen rentestijging, maar rampzalig kunnen zijn bij rentedaling (onnodig hoge rente en het risico om miljoenen negatieve waarde te moeten betalen bij tussentijdse beëindiging van zo’n derivaat)?

https://fd.nl/ondernemen/1213353/hof-tegen-abn-amro-onderbouw-rentevisie-uit-2008

ABN AMRO dient haar renteverwachting te bewijzen. In een procedure over een renteswap heeft het Gerechtshof Amsterdam ABN AMRO opdracht gegeven om te bewijzen dát èn waaròm zij begin juni 2008 verwachtte dat de eenmaands Euribor op een termijn van 10 jaar zou gaan stijgen;

Het Hof heeft geoordeeld dat de renteverwachting van de bank van belang is voor de keuze van het soort rentederivaat.

Het Hof oordeelde voorts dat de bank haar renteverwachting dan ook aan haar klant had moeten mededelen ten tijde van het afsluiten van het rentederivaat.

De klant heeft aangetoond dat ABN AMRO zelf een daling van de rente in de eerste anderhalf jaar verwachtte, en dat ABN AMRO die verwachte daling niet aan de klant heeft medegedeeld. Als verweer stelde ABN AMRO zich op het standpunt, dat zij in 2008 verwachtte dat de rente weliswaar op korte termijn ging dalen, maar over de lange termijn (10 jaar) zou gaan stijgen. ABN AMRO heeft echter (nog) niet aangetoond dat zij dit ook daadwerkelijk in 2008 verwachtte.

Het Hof heeft ABN AMRO Bank opgedragen om te bewijzen en met bewijsstukken te onderbouwen (dus niet door een verhaaltje van een bank-medewerker) dát èn waaròm zij begin juni 2008 verwachtte dat de eenmaands Euribor op een termijn van 10 jaar zou gaan stijgen.

In die periode van juni 2008 hebben met name Rabobank en ABN AMRO Bank op grote schaal renteswaps bij hun klanten naar binnen gedrukt met als argument: “Je moet nu heel snel een renteswap aanschaffen, want er komt een enorme rentestijging aan.”

Dat deden de banken, ondanks dat zij zelf een rentedaling verwachtten. Dat is geen vergissing van de banken, maar misleiding van hun eigen klanten, waaraan de banken miljarden hebben verdiend.

Voor heel veel rentederivatenzaken (niet alleen voor renteswaps) in het hele land is dit oordeel èn de bewijsopdracht van het Hof Amsterdam van groot belang; Wat was de eigen renteverwachting van de bank op het moment dat zij haar klanten dure producten adviseerde die kunnen beschermen tegen rentestijging, maar rampzalig kunnen zijn bij rentedaling (onnodig hoge rente en het risico om miljoenen negatieve waarde te moeten betalen bij tussentijdse beëindiging van zo’n derivaat)?

https://fd.nl/ondernemen/1213353/hof-tegen-abn-amro-onderbouw-rentevisie-uit-2008

In het FD vertelt Hendrik Jan Bos over de oprichting van het advocatenkantoor Bos & Partners en de manier waarop daar wordt gewerkt.

Omdat Bos & Partners moeilijke financiële zaken behandelt, is het van belang, dat alle medewerkers scherp zijn. Om scherp te zijn, moet je goed uitgerust en gemotiveerd zijn. Daarom gaat het kantoor meestal om 17.30 uur dicht en als de zon schijnt om 16.30 uur.

Overigens heeft Bos & Partners nog een vacature voor een enthousiaste advocaat-medewerker.

https://fd.nl/profiel/1187525/misschien-ben-ook-ik-een-zeurpiet-dacht-ik

Op 14 februari 2017 heeft het Gerechtshof Den Haag een zeer vernieuwend arrest gewezen in een procedure tussen een Staalbedrijf en Rabobank in verband met het afsluiten van renteswaps en andere rentederivaten. Het Hof heeft Rabobank veroordeeld tot vergoeding van de door het Staalbedrijf geleden schade.
Vernieuwend aan deze uitspraak is dat volgens het Gerechtshof de zorgplicht van een bank ook van toepassing is op een onderneming die op grond van haar financiële omvang in beginsel als professionele klant typeert. Dat was bij het Staalbedrijf het geval, omdat het in 2006 een balanstotaal had van circa € 46 mio in 2006 en een omzet van circa  € 42 mio. Rabobank had het Staalbedrijf echter zelf getypeerd als een niet-professionele klant, met geen of weinig ervaring in de van toepassing zijnde treasuryproducten en zonder een intern vastgelegd treasurybeleid. Mede om die reden oordeelde het Gerechtshof dat Rabobank haar zorgplicht had moeten naleven, hetgeen Rabobank had verzuimd.
Rabobank had het Staalbedrijf 7 renteswaps verkocht. Vrijwel al die renteswaps hadden een uitgestelde ingangsdatum (forward starting). In 2010 dwong Rabobank haar klant tot verkoop van activa (waaronder een bedrijfspand). Begin 2012 bedroeg de hoofdsom van de leningen nog ruim € 3.4 mio en die van de renteswaps € 14.3 mio. Dat heet “overhedge” en dat mag niet. Rabobank heeft toen een achtergestelde lening van een andere partij en een rekening-courant onder de renteswaps geschoven, om die “overhedge” weg te werken. Het Gerechtshof heeft geoordeeld dat dat niet mag.
Rabobank zei in de procedure ook nog, dat zij en haar klant geen adviesrelatie zouden hebben, ondanks dat zij reeds vele jaren huisbankier was van haar klant. Het Gerechtshof ging niet mee in dat betoog en oordeelde, dat er wèl een adviesrelatie van Rabobank met haar klant bestond. Daardoor rustte op Rabobank een zorgplicht, ook al is de klant een groot bedrijf.
In deze zaak ging het om renteproducten die risicovoller zijn dan een gewone renteswap. Van belang is, dat het Gerechtshof heeft bepaald, dat ook een “gewone renteswap”(plain vanilla swap) niet kan worden beschouwd als een niet-complex product.
Hoewel het Staalbedrijf een groot bedrijf is en niet gelijk kan worden gesteld met een consument, had Rabobank haar klant wel moeten informeren over de bijzondere risico’s van de door Rabobank verkochte producten. Daarbij gaat het vooral over de navolgende risico’s:
1) de gevolgen van een uitgestelde swap (= forward starting renteswap);
2) het verhoogd risico op een mismatch als renteswaps niet zijn afgestemd op de onderliggende leningen (met andere woorden; renteswaps mogen niet hoger zijn dan de leningen en niet langer duren dan de leningen);
3) dat Rabobank allerlei renteopslagen in rekening kan brengen (debiteurenopslagen, liquiditeitsopslagen, etc.);
4) dat de bank onzichtbare marges op een renteswap kan toepassen;
5) dat de renteswap een negatieve waarde kan krijgen die moet worden betaald, als de swap tussentijds wordt beëindigd.
Volgens het Hof waren de renteswaps in deze zaak niet geschikt om een rekening-courantkrediet af te dekken. Die visie hebben banken sedert 2010 overigens ook zelf.
Tot slot heeft het Hof in deze zaak geoordeeld, dat zelfs als het initiatief voor het sluiten van de renteswaps van de klant zou zijn uitgegaan dat geen reden is om eigen schuld aan te nemen omdat dit in deze omstandigheden niet afdoet aan de zorgplicht van Rabobank.
De banken proberen momenteel hun gedupeerde klanten rustig te houden door regelmatig brieven rond te sturen met de boodschap, dat de banken “hard werken aan een voorstel volgens het Herstelkader”.
Dat Herstelkader is echter niet van toepassing op vastgoedbedrijven en grote bedrijven die door de bank als niet-professionele klant zijn geclassificeerd, zodat die bedrijven via het Herstelkader geen vergoeding zullen krijgen. Op grond van de uitspraak van het Gerechtshof kunnen dergelijke bedrijven die door de bank als niet-professioneel zijn geclassificeerd echter wél aanspraak maken op schadevergoeding. Daarnaast kunnen bedrijven op wie het Herstelkader van toepassing is in sommige gevallen een hogere schadevergoeding afdwingen dan zij op grond van het Herstelkader zouden ontvangen.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2017:255&showbutton=true

Op 14 februari 2017 heeft het Gerechtshof Den Haag een zeer vernieuwend arrest gewezen in een procedure tussen een Staalbedrijf en Rabobank in verband met het afsluiten van renteswaps en andere rentederivaten. Het Hof heeft Rabobank veroordeeld tot vergoeding van de door het Staalbedrijf geleden schade.
Vernieuwend aan deze uitspraak is dat volgens het Gerechtshof de zorgplicht van een bank ook van toepassing is op een onderneming die op grond van haar financiële omvang in beginsel als professionele klant typeert. Dat was bij het Staalbedrijf het geval, omdat het in 2006 een balanstotaal had van circa € 46 mio in 2006 en een omzet van circa  € 42 mio. Rabobank had het Staalbedrijf echter zelf getypeerd als een niet-professionele klant, met geen of weinig ervaring in de van toepassing zijnde treasuryproducten en zonder een intern vastgelegd treasurybeleid. Mede om die reden oordeelde het Gerechtshof dat Rabobank haar zorgplicht had moeten naleven, hetgeen Rabobank had verzuimd.
Rabobank had het Staalbedrijf 7 renteswaps verkocht. Vrijwel al die renteswaps hadden een uitgestelde ingangsdatum (forward starting). In 2010 dwong Rabobank haar klant tot verkoop van activa (waaronder een bedrijfspand). Begin 2012 bedroeg de hoofdsom van de leningen nog ruim € 3.4 mio en die van de renteswaps € 14.3 mio. Dat heet “overhedge” en dat mag niet. Rabobank heeft toen een achtergestelde lening van een andere partij en een rekening-courant onder de renteswaps geschoven, om die “overhedge” weg te werken. Het Gerechtshof heeft geoordeeld dat dat niet mag.
Rabobank zei in de procedure ook nog, dat zij en haar klant geen adviesrelatie zouden hebben, ondanks dat zij reeds vele jaren huisbankier was van haar klant. Het Gerechtshof ging niet mee in dat betoog en oordeelde, dat er wèl een adviesrelatie van Rabobank met haar klant bestond. Daardoor rustte op Rabobank een zorgplicht, ook al is de klant een groot bedrijf.
In deze zaak ging het om renteproducten die risicovoller zijn dan een gewone renteswap. Van belang is, dat het Gerechtshof heeft bepaald, dat ook een “gewone renteswap”(plain vanilla swap) niet kan worden beschouwd als een niet-complex product.
Hoewel het Staalbedrijf een groot bedrijf is en niet gelijk kan worden gesteld met een consument, had Rabobank haar klant wel moeten informeren over de bijzondere risico’s van de door Rabobank verkochte producten. Daarbij gaat het vooral over de navolgende risico’s:
1) de gevolgen van een uitgestelde swap (= forward starting renteswap);
2) het verhoogd risico op een mismatch als renteswaps niet zijn afgestemd op de onderliggende leningen (met andere woorden; renteswaps mogen niet hoger zijn dan de leningen en niet langer duren dan de leningen);
3) dat Rabobank allerlei renteopslagen in rekening kan brengen (debiteurenopslagen, liquiditeitsopslagen, etc.);
4) dat de bank onzichtbare marges op een renteswap kan toepassen;
5) dat de renteswap een negatieve waarde kan krijgen die moet worden betaald, als de swap tussentijds wordt beëindigd.
Volgens het Hof waren de renteswaps in deze zaak niet geschikt om een rekening-courantkrediet af te dekken. Die visie hebben banken sedert 2010 overigens ook zelf.
Tot slot heeft het Hof in deze zaak geoordeeld, dat zelfs als het initiatief voor het sluiten van de renteswaps van de klant zou zijn uitgegaan dat geen reden is om eigen schuld aan te nemen omdat dit in deze omstandigheden niet afdoet aan de zorgplicht van Rabobank.
De banken proberen momenteel hun gedupeerde klanten rustig te houden door regelmatig brieven rond te sturen met de boodschap, dat de banken “hard werken aan een voorstel volgens het Herstelkader”.
Dat Herstelkader is echter niet van toepassing op vastgoedbedrijven en grote bedrijven die door de bank als niet-professionele klant zijn geclassificeerd, zodat die bedrijven via het Herstelkader geen vergoeding zullen krijgen. Op grond van de uitspraak van het Gerechtshof kunnen dergelijke bedrijven die door de bank als niet-professioneel zijn geclassificeerd echter wél aanspraak maken op schadevergoeding. Daarnaast kunnen bedrijven op wie het Herstelkader van toepassing is in sommige gevallen een hogere schadevergoeding afdwingen dan zij op grond van het Herstelkader zouden ontvangen.

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHDHA:2017:255&showbutton=true

Het Hof heeft de beschikking van de Rechtbank Noord-Holland, waarin zij de bestuurder van claimstichting Stichting Loterijverlies.nl heeft geschorst, bekrachtigd. Hierdoor blijft de schorsing van de bestuurder in stand.
De verzoekers/geïntimeerden en belanghebbenden worden in deze zaak bijgestaan door Bos & Partners Advocaten.

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:GHAMS:2017:210

 

De Rechtbank Amsterdam heeft bij vonnis van 1 februari 2017 geoordeeld dat ABN AMRO Bank onvoldoende heeft gewaarschuwd voor de risico’s van een renteswap. De Rechtbank heeft de bank daarom veroordeeld tot vergoeding van de schade die een boerenbedrijf door die renteswap heeft geleden. De agrarische ondernemer wordt in deze zaak bijgestaan door advocatenkantoor Bos & Partners Advocaten, dat al eerder ondernemers met succes bijstond in individuele procedures tegen banken over rentederivaten.

http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBAMS:2017:453&showbutton=true

Onschuldige ondernemers zagen miljoenen verdampen, nadat ze waren ingegaan op fantastische beloftes. De Fiod stuit tijdens het onderzoek op nóg meer zaken.

In het Zwitserse Buchs, een slaperig bergdorpje met zo’n tienduizend inwoners op de grens met Liechtenstein, woont een grijze zestiger met een vriendelijk gezicht. Zijn naam is Marin Nett en hij zou een druk bestaan moeten hebben: hij is namelijk directeur van meer dan tweehonderd bedrijven.

Het Parool 27 dec 2016

http://www.parool.nl/amsterdam/amsterdamse-ondernemers-dupe-miljoenenoplichting