Twee klanten van vermogensbeheerder Wilgenhaege hebben recht op een schadevergoeding omdat ze in te grote mate zijn blootgesteld aan risicovolle beleggingen, zoals eeuwigdurende leningen (perpetuals).
In de zaak van:
[eiseres],
advocaat: mr. R.H. Kroes,
tegen:
[B] Bankiers N.V.,
advocaat: mr. M.L. Laumen,
[Eiseres] had met [B] een vermogensbeheerovereenkomst gesloten waarbij het in beheer gegeven vermogen een pensioendoelstelling heeft. [B] heeft het vermogen van [eiseres] op een zeker moment in perpetuele obligaties, floating rate notes en steepeners belegd. De Rechtbank heeft geoordeeld dat [B] toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de vermogensbeheerovereenkomst doordat zij een niet-passend en te risicovol beleggingsbeleid heeft gevoerd, zonder [eiseres] uitdrukkelijk te waarschuwen voor de risico’s. Derhalve dient [B] de door [eiseres] geleden schade te vergoeden die bestaat uit het verschil in resultaat tussen een passend beleid en het feitelijk door [B] gevoerde beleid.
In de zaak van:
[eisers],
advocaat: mr. H.J. Bos en mr. N.H.A. Kampschreur,
tegen:
Coöperatieve Rabobank Zwijndrecht/H.I.A. U.A.,
advocaat: mr. J.A. Visser,
[Eisers] hadden met Rabobank een beleggingsadviesrelatie, waarbij [eisers] op advies van Rabobank in opties hebben gehandeld die tot aanzienlijke verliezen hebben geleid. De Rechtbank heeft geoordeeld, dat Rabobank heeft verzuimd [eisers] indringend en adequaat te waarschuwen voor de risico’s die de optiehandel met zich kan brengen en dat Rabobank 30% van de door [eisers] geleden schade dient te vergoeden.
Vier jaar en negen maanden onvoorwaardelijk. Die celstraf heeft de Bossche rechtbank gisteren opgelegd aan Wilfred A. en Thijs B. wegens ‘grote beleggingsfraude’. Een forse straf, maar drie maanden korter dan waartoe een boze klant van hen eerder is veroordeeld omdat hij met vijf pistoolschoten vergeefs zijn geld terug eiste. A. raakte toen lichtgewond.
Het kan wel eens duren voordat het kwartje valt. Bijvoorbeeld wanneer zaken zo complex in elkaar steken dat je er wat langer naar moet kijken voordat je de betekenis gaat ontwaren. Zo staarde heel Nederland jarenlang naar zijn beleggingsverzekering zonder te snappen dat hij door zijn verzekeraar op een afschuwelijke wijze te grazen werd genomen.
In de zaak van:
[appellanten],
advocaat: mr. H.J. Bos en mr. N.H.A. Kampschreur,
tegen:
F. Van Lanschot Bankiers N.V.,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,
[Appellanten] wensten uit hun vermogen jaarlijks inkomen te genereren en zijn daartoe een beleggingsadviesrelatie met Van Lanschot aangegaan. Van Lanschot heeft [appellanten] vervolgens geadviseerd het vermogen voor 62% in aandelen te beleggen, voor 28% in obligaties en voor 10% in onroerend goed fondsen. De Rechtbank had het beroep van Van Lanschot op rechtsverwerking (6:89 BW) in eerste instantie toegewezen en de vordering van [appellanten] afgewezen. Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank echter vernietigd en geoordeeld, dat Van Lanschot zich gelet op de specifieke omstandigheden bezwaarlijk op kan beroepen, dat [appellanten] niet tijdig zouden hebben geklaagd, alsmede dat Van Lanschot de klachten van [appellanten] over de begeleiding en de forse koersverliezen had kunnen opvatten als een klacht over het gebrekkige advies. Daarnaast is het beroep op verjaring afgewezen.
Voorts heeft het Hof geoordeeld, dat Van Lanschot vanwege de beleggingsdoelstelling van [appellanten] niet had mogen adviseren het vermogen op voornoemde wijze te beleggen en [appellanten] had moeten waarschuwen voor de risico’s. Het Hof heeft ten slotte geoordeeld, dat Van Lanschot 50% van de door [appellanten] geleden schade dient te vergoeden.
Van Lanschot heeft tegen het arrest beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft het beroep bij arrest d.d. 8 februari 2013 verworpen.








