De kans dat de val van voormalig bank-verzekeraar Fortis diens oud-bestuurders hard in de portemonnee zal raken, is sinds gisteren een stuk groter geworden. De rechter in Utrecht bepaalde dat ex-topman Jean-Paul Votron en toenmalig financieel topman Gilbert Mittler persoonlijk aansprakelijk zijn voor het misleiden van een kleine groep beleggers. Het duo moet daarom een nadere te bepalen schadevergoeding bepalen. Volgens deskundigen is dit nog maar het begin.
In de zaak van:
[eisers],
advocaat: mr. H.J. Bos,
tegen:
1. [gedaagde sub 1],
advocaat: mr. J.M. van Noort,
2. [gedaagde sub 2],
advocaat: mr. W.W. de Nijs Bik,
3. [gedaagde sub 3],
advocaat: mr. P.D. Olden,
4. de naamloze vennootschap Ageas N.V. (voorheen Fortis N.V.),
advocaat: mr. H.J. de Kluiver,
De Rechtbank heeft geoordeeld dat Fortis, haar voormalige CEO en haar voormalige financiële topman in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008 meerdere malen onjuiste en misleidende informatie openbaar hebben gemaakt over de solvabiliteit van de onderneming. Daarmee is onrechtmatig gehandeld ten opzichte van [eisers] en dienen [gedaagden sub 2 en 3] en Fortis de dientengevolge geleden schade te vergoeden.
Jean-Paul Votron, de gewezen gedelegeerd bestuurder van Fortis, is vrijdag opgedaagd voor een rechtbankzitting in Utrecht rond het uit elkaar vallen van de financiële groep. Het is de eerste keer dat hij bij een Fortis-rechtszaak aanwezig was, maar hij weigerde commentaar te geven aan de pers. Ex-Fortis-voorzitter Maurice Lippens gaf dan weer niet present.
In de zaak van:
[eisers],
advocaat: mr. H.J. Bos,
tegen:
Wilgenhaege Vermogensbeheer B.V.,
advocaat: mr. G.J. van de Wouw,
Deze zaak betreft het vervolg op een tussenvonnis waarin de Rechtbank aan [eisers] de bewijsopdracht had gegeven door middel van deskundigen aan te tonen dat het beleggingsbeleid van Wilgenhaege niet aansluit bij het cliëntprofiel, risicoprofiel en het beleggingsdoel van [eisers] en derhalve niet kwalificeert als behoudend beheer. De Rechtbank heeft geoordeeld dat [eisers] zijn geslaagd in deze bewijsopdracht en dat Wilgenhaege de volledige schade aan [eisers] dient te vergoeden, nader op te maken bij staat.
In de zaak van:
[appellanten],
advocaat: mr. A.D.J. van Ruyven,
tegen:
[geïntimeerden],
advocaat: mr. H.J. Bos,
Deze zaak betreft het hoger beroep tegen het vonnis van de Rechtbank Utrecht d.d. 16 december 2009 (LJN: BK6889 en JOR 2010, 68). Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd en derhalve geoordeeld, dat [appellanten] hun zorgplicht hebben geschonden bij het beleggingsadvies in een teakfonds. Daarbij hebben [appellanten] volgens het Hof niet voldaan aan hun verzwaarde informatieplicht omtrent hun stelling dat zij [geïntimeerden] zouden hebben gewaarschuwd voor de risico’s. Het beroep op eigen schuld heeft het Hof eveneens afgewezen, zodat 100% van de schade moet worden vergoed.







