Home
Nieuws
Profiel
Gerechtelijke uitspraken
Publicaties
Medewerkers
Vacatures
Route
Contact
 

Bos & Partners Advocaten
Postbus 79070
1070 NC Amsterdam

Bezoekadres: WTC Amsterdam
Strawinskylaan 811
1077 XX Amsterdam
Tel: 020-5753063
Fax: 020-5753064

Gerechtelijke uitspraken
Rechtbank Gelderland 17 april 2013 (LJN: BZ8590, BY7819, BV7039, BT6370)

In de zaak van:
Stichting Gedupeerden Mirzon,
advocaat: mr. H.J. Bos en mr. N.H.A. Kampschreur,

tegen:

1. de rechtspersoon naar het recht van Roemenië Mirzon Invest S.R.L.,
2. de rechtspersoon naar het recht van Roemenië Mirzon Intermediar S.R.L.,
3. de rechtspersoon naar het recht van Roemenië Mirzon Imobiliare S.R.L.,
4. de rechtspersoon naar het recht van Roemenië Salvadar Investment S.R.L.,
5. de rechtspersoon naar het recht van Roemenië Mirzon Proiect S.R.L.,
6. [gedaagde sub 6],
advocaat: mr. J. Hagers,
 
De Stichting vordert namens gedupeerde leninggevers een verklaring voor recht dat gedaagden (5 Roemeense vennootschappen en hun (oud-) bestuurder) toerekenbaar zijn tekortgeschoten in de nakoming van hun verplichtingen uit hoofde van geldleningovereenkomsten, dan wel jegens hen onrechtmatig hebben gehandeld en daarnaast hoofdelijke veroordeling tot schadevergoeding. De rechtbank stelt ten aanzien van een groot aantal onderwerpen vast dat gedaagden tekort zijn geschoten c.q. onrechtmatig hebben gehandeld. Dit houdt onder meer in dat met geleend geld niet volgens de overeenkomst is gehandeld en dat investeringsprojecten zonder zekerheid aan derden uit handen zijn gegeven. [gedaagde sub 6] heeft daarbij als bestuurder van een aantal vennootschappen onrechtmatig tegen de leninggevers gehandeld door namens die vennootschappen verplichtingen aan te gaan, althans als bestuurder haar deze heeft laten aangaan, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest begrijpen dat die vennootschap deze niet zou nakomen en geen verhaal zou bieden voor de schade die de leninggever tengevolge van die wanprestatie zou lijden. De rechtbank heeft gedaagden bij eindvonnis veroordeeld tot terugbetaling van de geïnvesteerde/geleende bedragen met rente.
Rechtbank Dordrecht 5 december 2012 (LJN: BY6403)

In de zaak van:
[eiser],
advocaat: mr. R.H. Kroes,

tegen:

Univé Alblasserwaard en Omstreken U.A.,
advocaat: mr. T.J. Dorhout Mees,

[Eiser] had op advies van Univé voor zijn pensioenvoorziening zijn Gemengde Verzekering afgekocht en daarvoor in de plaats twee beleggingsverzekeringen afgesloten. De Rechtbank oordeelde dat Univé onvoldoende had gewezen op de risico's van de beleggingsverzekeringen, waardoor zij niet de zorg heeft betracht die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend assurantietussenpersoon mag worden verwacht en dat zij de dientengevolge geleden schade van [eiser]  dient te vergoeden.

Rechtbank Amsterdam 24 oktober 2012 (LJN: BY3241 en JOR 2013, 12)

In de zaak van:
[eiseres],
advocaat: mr. R.H. Kroes,

tegen:

Attica Vermogensbeheer B.V.,
advocaat: mr. W. de Jong,

[Eiseres] had met Attica een vermogensbeheerovereenkomst gesloten met als doelstelling het genereren van inkomen. De Rechtbank heeft geoordeeld dat hedgefondsen vrij algemeen gelden als een risicovolle belegging en dat Attica niet had mogen adviseren 50% van het belegbare vermogen in hedgefondsen te beleggen. Daarnaast heeft Attica niet de zorg van een goed huisvader betracht door  het gehele vermogen in hedgefondsen te beleggen. De Rechtbank heeft het beroep op rechtsverwerking van Attica afgewezen en Attica veroordeeld de door [eiseres] geleden schade te vergoeden die bestaat uit het verschil in resultaat tussen een passend beleid en het feitelijk door Attica gevoerde beleid. 

Rechtbank Amsterdam 13 juni 2012 en 25 augustus 2010 (niet gepubliceerd)

In de zaak van:
[eiser],
advocaat: mr. H.J. Bos en mr. R.H. Kroes,

tegen:

F. Van Lanschot Bankiers  N.V.,
advocaat: mr. G.T.J. Hoff,

[Eiser] had met Van Lanschot een vermogensbeheerovereenkomst gesloten met als doelstelling het genereren van € 75.000,- per jaar voor levensonderhoud. Daarbij moest het in beheer gegeven vermogen in stand worden gehouden. [Eiser] verwijt Van Lanschot dat zij niet volgens het echte passende profiel van hem heeft belegd, alsmede dat Van Lanschot heeft geweigerd de verzoeken van [eiser] om een behoudender samenstelling van de effectenportefeuille uit te voeren. De Rechtbank heeft geoordeeld dat Van Lanschot  toerekenbaar  tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de vermogensbeheerovereenkomst doordat zij ondanks haar bekendheid met de inkomensdoelstelling van [eiser] en zijn wens om een voorzichtig beleggingsbeleid, het vermogen te risicovol heeft beheerd. Derhalve dient Van Lanschot 50% van de door [eiser] geleden schade te vergoeden die bestaat uit het verschil in resultaat tussen een passend beleid en het feitelijk door Van Lanschot gevoerde beleid. Het exoneratie-beding in de vermogensbeheerovereenkomst is vernietigd op grond van de omstandigheden van het geval en het feit, dat dit beding onredelijk bezwarend is voor een particuliere cliënt. 

Rechtbank Utrecht 15 februari 2012 (LJN: BV3753 en JOR 2012, 243)

In de zaak van:

[eisers],
advocaat: mr. H.J. Bos,

tegen:

1. [gedaagde sub 1],
advocaat: mr. J.M. van Noort,

2. [gedaagde sub 2],
advocaat: mr. W.W. de Nijs Bik,

3. [gedaagde sub 3],
advocaat: mr. P.D. Olden,

4. de naamloze vennootschap Ageas N.V. (voorheen Fortis N.V.),
advocaat: mr. H.J. de Kluiver, 

De Rechtbank heeft geoordeeld dat Fortis, haar voormalige CEO en haar voormalige financiële topman in de periode tussen 22 mei en 26 juni 2008 meerdere malen onjuiste en misleidende informatie openbaar hebben gemaakt over de solvabiliteit van de onderneming. Daarmee is onrechtmatig gehandeld ten opzichte van [eisers] en dienen [gedaagden sub 2 en 3] en Fortis de dientengevolge geleden schade te vergoeden.

Rechtbank Haarlem 21 september 2011 (LJN: BV0687)

In de zaak van:
[eisers],
advocaat: mr. H.J. Bos,

tegen:

Wilgenhaege Vermogensbeheer B.V.,
advocaat: mr. G.J. van de Wouw,

Deze zaak betreft het vervolg op een tussenvonnis waarin de Rechtbank aan [eisers] de bewijsopdracht had gegeven door middel van deskundigen aan te tonen dat het beleggingsbeleid van Wilgenhaege niet aansluit bij het cliëntprofiel, risicoprofiel en het beleggingsdoel van [eisers] en derhalve niet kwalificeert als behoudend beheer. De Rechtbank heeft geoordeeld dat [eisers] zijn geslaagd in deze bewijsopdracht en dat Wilgenhaege de volledige schade aan [eisers] dient te vergoeden, nader op te maken bij staat.

Gerechtshof Amsterdam 13 september 2011 (LJN: BT2481)

In de zaak van:
[appellanten],
advocaat: mr. A.D.J. van Ruyven,

tegen:

[geïntimeerden],
advocaat: mr. H.J. Bos,

Deze zaak betreft het hoger beroep tegen het vonnis van de Rechtbank Utrecht d.d. 16 december 2009 (LJN: BK6889 en JOR 2010, 68). Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd en derhalve geoordeeld, dat [appellanten] hun zorgplicht hebben geschonden bij het beleggingsadvies in een teakfonds. Daarbij hebben [appellanten] volgens het Hof niet voldaan aan hun verzwaarde informatieplicht omtrent hun stelling dat zij [geïntimeerden] zouden hebben gewaarschuwd voor de risico's. Het beroep op eigen schuld heeft het Hof eveneens afgewezen, zodat 100% van de schade moet worden vergoed.

Rechtbank 's-Gravenhage 6 april 2011 (JOR 2011, 221)

In de zaak van:
[eiseres],
advocaat: mr. H.J. Bos,

tegen:

Van Lawick & Co Vermogensbeheer B.V.,
advocaat: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt,

[Eiseres] had met Van Lawick een vermogensbeheerovereenkomst gesloten waarbij het in beheer gegeven vermogen een pensioendoelstelling heeft. Van Lawick heeft het vermogen van [eiseres] voor een aanzienlijk gedeelte in perpetuals belegd. Volgens de Rechtbank valt deze belegging echter niet te rijmen met  de defensieve pensioendoelstelling van [eiseres]., omdat perpetuals naar hun aard riskanter zijn dan andere typen obligaties. De rating van die perpetuals doet hier niet aan af.  De Rechtbank heeft  dan ook geoordeeld dat Van Lawick toerekenbaar  tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de vermogensbeheerovereenkomst, voor zover zij heeft belegd in perpetuals en dat Van Lawick de door [eiseres] geleden schade dient te vergoeden. 

Rechtbank 's-Gravenhage 30 maart 2011 (LJN: BQ0368)

In de zaak van:
[eiseres],
advocaat: mr. H.J. Bos,

tegen:

de naamloze vennootschap Staalbankiers  N.V.,
advocaat: mr. E. Grabandt,

[Eiseres] had met Staalbankiers een vermogensbeheerovereenkomst gesloten waarbij het in beheer gegeven vermogen een pensioendoelstelling heeft. Staalbankiers heeft het vermogen van [eiseres] in één beleggingsproduct belegd, te weten de note van Lehman Brothers Treasury Co. B.V. De Rechtbank heeft geoordeeld dat Staalbankiers toerekenbaar  tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de vermogensbeheerovereenkomst doordat  vanwege de belegging in één beleggingsproduct sprake was van onvoldoende spreiding van het vermogen, dat een pensioenbestemming heeft. Derhalve dient Staalbankiers de door [eiseres] geleden schade te vergoeden. 

Rechtbank Amsterdam 13 januari 2010 en 12 januari 2011 (LJN: BP5142 en BP5141 en JOR 2012, 79)

In de zaak van:
[eiseres],
advocaat: mr. R.H. Kroes,

tegen:

[B] Bankiers  N.V.,
advocaat: mr. M.L. Laumen,

[Eiseres] had met [B] een vermogensbeheerovereenkomst gesloten waarbij het in beheer gegeven vermogen een pensioendoelstelling heeft. [B] heeft het vermogen van [eiseres] op een zeker moment  in perpetuele obligaties, floating rate notes en steepeners belegd. De Rechtbank heeft geoordeeld dat [B] toerekenbaar  tekort geschoten is in de nakoming van haar verplichtingen uit de vermogensbeheerovereenkomst doordat zij een niet-passend en te risicovol beleggingsbeleid heeft gevoerd, zonder [eiseres] uitdrukkelijk te waarschuwen voor de risico's. Derhalve dient [B] de door [eiseres] geleden schade te vergoeden die bestaat uit het verschil in resultaat tussen een passend beleid en het feitelijk door [B] gevoerde beleid. 

Rechtbank Dordrecht 8 november 2006, 16 juli 2008 en 22 december 2010 (LJN: BO8563)

In de zaak van:
[eisers],
advocaat: mr. H.J. Bos en mr. N.H.A. Kampschreur,

tegen:

Coöperatieve Rabobank Zwijndrecht/H.I.A. U.A.,
advocaat: mr. J.A. Visser,

[Eisers] hadden met Rabobank een beleggingsadviesrelatie, waarbij [eisers]  op advies van Rabobank in opties hebben gehandeld die tot aanzienlijke verliezen hebben geleid. De Rechtbank heeft geoordeeld, dat Rabobank heeft verzuimd [eisers] indringend en adequaat te waarschuwen voor de risico's die de optiehandel met zich kan brengen en dat Rabobank 30% van de door [eisers] geleden schade dient te vergoeden.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch 14 september 2010 (JOR 2010, 310 en LJN: BZ1491)

In de zaak van:
[appellanten],
advocaat: mr. H.J. Bos en mr. N.H.A. Kampschreur,

tegen:

F. Van Lanschot Bankiers  N.V.,
advocaat: mr. Ph.C.M. van der Ven,

[Appellanten] wensten uit hun vermogen jaarlijks inkomen te genereren en zijn daartoe een beleggingsadviesrelatie met Van Lanschot aangegaan. Van Lanschot heeft [appellanten]  vervolgens geadviseerd het vermogen voor 62% in aandelen te beleggen, voor 28% in obligaties en voor 10% in onroerend goed fondsen. De Rechtbank had het beroep van Van Lanschot op rechtsverwerking (6:89 BW) in eerste instantie toegewezen en de vordering van [appellanten] afgewezen. Het Hof heeft het vonnis van de Rechtbank echter vernietigd en geoordeeld, dat Van Lanschot zich gelet op de specifieke omstandigheden bezwaarlijk op kan beroepen, dat  [appellanten] niet tijdig zouden hebben geklaagd, alsmede dat Van Lanschot de klachten van [appellanten]  over de begeleiding en de forse koersverliezen had kunnen opvatten als een klacht over het gebrekkige advies. Daarnaast is het beroep op verjaring afgewezen.

Voorts heeft het Hof geoordeeld, dat Van Lanschot vanwege de beleggingsdoelstelling van [appellanten] niet had mogen adviseren het vermogen op voornoemde wijze te beleggen en [appellanten] had moeten waarschuwen voor de risico's. Het Hof heeft ten slotte geoordeeld, dat Van Lanschot 50% van de door [appellanten] geleden schade dient te vergoeden.

Van Lanschot heeft tegen het arrest beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad heeft het beroep bij arrest d.d. 8 februari 2013 verworpen. 

Gerechtshof Amsterdam, nevenzittingsplaats Arnhem 18 mei 2010 (LJN: BM4483)

In de zaak van:

1. [appellant sub 1],
advocaat: mr. P.D. Olden
,

2. [appellant sub 2],
advocaat: mr. A.F.J.A. Leijten

3. [appellant sub 3],
advocaat: mr. B.E.L.J.C. Verbunt

tegen:

[geïntimeerden sub 1 t/m 7],
advocaat: mr. H.J. Bos en mr. R.H. Kroes
,

en,

4. de naamloze vennootschap Fortis N.V.,
advocaat:
mr. M.F. Poot

Verzoekers stellen schade te hebben geleden door het handelen van de drie voormalige bestuurders van Fortis, omdat de in 2007 en 2008 verstrekte informatie over de financiële toestand van het bedrijf en het uit te keren dividend onjuist en/of misleidend was. Verzoekers willen in het door hen verzochte getuigenverhoor achterhalen, welke uitspraken de Fortis-topmannen hebben gedaan en welke informatie bij hen bekend was bij het doen van die mededelingen. De Rechtbank Utrecht heeft dit verzoek toegewezen en het verzoek van [appellanten] tot het instellen van een rogatoire commissie afgewezen. Het Hof heeft geoordeeld, dat geen sprake is van voldoende gestelde feiten of omstandigheden die rechtvaardigen, dat het getuigenverhoor in het buitenland (België) zal plaatsvinden. Voor zover een getuigenverhoor in de Nederlandse taal bezwaarlijk zou zijn, bestaat er de mogelijkheid een tolk mee te brengen, zodat het Hof de beschikking van de Rechtbank ook op die grond bekrachtigt.
Rechtbank Utrecht 16 december 2009 (LJN: BK6889 en JOR 2010, 68)

In de zaak van:
[eisers],
advocaat: mr. H.J. Bos,

tegen:

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Natural Investment Fund B.V. ("NIF"),
2. [gedaagde sub 2],
3. [gedaagde sub 3],
4. Vizion Financial Consult V.O.F. ("Vizion),
5. [gedaagde sub 5],
6. [gedaagde sub 6],
advocaat: mr. R. Bagasrawalla (gedaagde sub 3) en mr. E.C.J. Ris (gedaagde sub 4-6),
 
Eisers hebben op advies van Vizion belegd in teakbomen op een plantage van NIF in Costa Rica. [eisers] zouden de volledige verkoopopbrengst van de door NIF aangeplante bomen ontvangen. Uiteindelijk bleek, dat NIF nooit eigenaar is geweest van de grond met de teakbomen en kon NIF haar verplichtingen jegens [eisers] niet nakomen. De Rechtbank heeft geoordeeld, dat NIF wanprestaie heeft gepleegd en de daardoor geleden schade volledig aan [eisers] dient te vergoeden. Tevens heeft de Rechtbank geoordeeld, dat [gedaagde sub 2 en 3] als bestuurders van NIF onrechtmatig hebben gehandeld en de volledige schade dienen te vergoeden, omdat zij hadden moeten weten dat NIF haar verplichtingen jegens [eisers] niet zou kunnen nakomen. Voorts heeft de Rechtbank geoordeeld, dat Vizion onzorgvuldig heeft geadviseerd door niet te waarschuwen voor de risico's en daarom de volledige schade dient te vergoeden. [Gedaagden sub 5 en 6] zijn als vennoten van Vizion eveneens hoofdelijk aansprakelijk voor de door [eisers] geleden schade.
Rechtbank Utrecht 25 november 2009 (LJN: BK4457)

In de zaak van:
[verzoekers sub 1 t/m 7],
advocaat: mr. H.J. Bos,

tegen:

1. [verweerder sub 1],
advocaat: mr.
P.D. Olden,

2. [verweerder sub 2],
advocaat: mr.
A.F.J.A. Leijten, 

3. [verweerder sub 3],
advocaat:
W.W. de Nijs Bik en mr. B.E.L.J.C. Verbunt,

4. de naamloze vennootschap Fortis N.V.,
advocaat:
mr. H.J. de Kluiver en mr. M.F. Poot, 

Verzoekers stellen schade te hebben geleden door het handelen van de drie voormalige bestuurders van Fortis, omdat de in 2007 en 2008 verstrekte informatie over de financiële toestand van het bedrijf en het uit te keren dividend onjuist en/of misleidend was. Verzoekers willen in het door hen verzochte getuigenverhoor achterhalen, welke uitspraken de Fortis-topmannen hebben gedaan en welke informatie bij hen bekend was bij het doen van die mededelingen. De Rechtbank heeft dit verzoek toegewezen.
Gerechtshof Leeuwarden 7 juli 2009 (LJN: BJ2285)
(hoger beroep tegen vonnis Kantonrechter Leeuwarden 22 februari 2005, LJN: AS7069 en JOR 2004, 149)

In de zaak van:
[appellant],
advocaat: mr. H.J. Bos en mr. R.H. Kroes,

tegen:

[geïntimeerde sub 3],
advocaat: mr. W.H.C. Bulthuis,
 
[Geïntimeerde sub 3] heeft zich als accountant/belastingadviseur, tevens vertrouwenspersoon van [appellant],  bij het adviseren van de beleggingsconstructie niet ten volle van zijn verplichtingen als een goed opdrachtnemer jegens [appellant] gekweten doordat hij onvoldoende over de belangen van [appellant] heeft gewaakt en zich meer heeft laten leiden door de belangen van [geïntimeerde sub 1]. Het Gerechtshof heeft daarom het vonnis van de Kantonrechter vernietigd en [geïntimeerde sub 3] veroordeeld tot vergoeding van 70% van de schade.
Rechtbank Amsterdam 24 juni 2009 (LJN: BJ2309)

In de zaak van:
[Eisers],
advocaat: mr. H.J. Bos en mr. N.H.A. Kampschreur,

tegen:

Dexia Bank Nederland N.V.,
advocaat: mr. G.P. Roth,

[Eisers] wensten uit hun vermogen jaarlijks inkomen te genereren en hebben hun vermogen daartoe aan Dexia in beheer gegeven. Dexia heeft dit vermogen vervolgens voor 100% in aandelen belegd. De Rechtbank heeft geoordeeld, dat Dexia het vermogen van [eisers] vanwege hun beleggingsdoelstelling niet op die wijze had mogen beheren en [eisers] had moeten waarschuwen voor de risico's. De Rechtbank heeft voorts het beroep van Dexia op verjaring en rechtsverwerking verworpen, alsmede geoordeeld dat aan [eisers] geen eigen schuld kan worden toegerekend.

Rechtbank Rotterdam 27 mei 2009 (LJN: BL1538)

In de zaak van:
[Eiseres],
advocaat: mr. N.H.A. Kampschreur,

tegen:

Fortis Bank (Nederland) N.V. onder meer h.o.d.n. MeesPierson,
advocaat: mr. P.H.Ch.M. van Swaaij,

MeesPierson heeft [eiseres] voorafgaand aan het vermogensbeheer een Asset Planner laten invullen, waaruit een bepaald doelrisicoprofiel volgde. Vervolgens heeft MeesPierson het vermogen conform een offensiever en risicovoller rendementsprofiel beheerd. De Rechtbank heeft geoordeeld, dat MeesPierson hierdoor onzorgvuldig jegens [eiseres] heeft gehandeld en de dientengevolge geleden schade dient te vergoeden. Daaraan doet volgens de Rechtbank niet af, dat [eiseres] niet heeft geprotesteerd tegen de nota’s en rekeningafschriften. Gelet op de aard van de onzorgvuldigheid staan de redelijkheid en billijkheid eraan in de weg dat MeesPierson zich daarop heeft beroepen. Juist bij vermogensbeheer moet de cliënt er immers vanuit kunnen gaan dat de bank zijn belangen deugdelijk behartigt.

Gerechtshof Arnhem 7 april 2009 (LJN: BI2152)

In de zaak van:
[appellante],
advocaat: mr. H.J. Bos en mr. D.H.S. Hulsewé,

tegen:

[geïntimeerden],
advocaat: mr. F.J. Boom,

[Appellante] is een bouwtechnisch adviesbureau. [Geïntimeerde sub 1] wenste in te inschrijven voor een bouwproject en heeft [appellante] opdracht gegeven een inschrijfbegroting te maken. [Geïntimeerde sub 1] heeft de opdracht voor het bouwproject gekregen, maar stelde door fouten van [geïntimeerde sub 1] schade te hebben geleden, omdat zij voor een te laag bedrag zou zijn ingeschreven. Nadat de Rechtbank in eerste instantie de vordering ad ruim € 200.000 van [geïntimeerden] had toegewezen, heeft het Gerechtshof het vonnis vernietigd en de vordering alsnog afgewezen, omdat de schade voor het geheel aan [geïntimeerden] diende te worden toegerekend. 

Rechtbank Amsterdam 1 april 2009 (LJN: BI6917 en JOR 2009, 257)

In de zaak van:
[Eisers],
advocaat: mr. H.J. Bos en mr. N.H.A. Kampschreur,

tegen:

Coöperatieve Rabobank Sloten-Badhoevedorp U.A.,
advocaat: mr. A. van Hees,

[Eisers] hadden op advies van de Rabobank hun vermogen belegd in aandelen en opties. De Rechtbank oordeelde dat aan een belegging in opties bijzondere en ook grotere risico's zijn verbonden dan aan een belegging in kwaliteitsaandelen. Hierdoor bracht de op de Rabobank rustende zorgplicht met zich mee, dat  zij [eisers]  had moeten waarschuwen voor de aan een belegging in opties verbonden bijzondere risico's. Tevens had de Rabobank verzuimd te onderzoeken, of de door haar geadviseerde beleggingsstrategie strookte met de bedoelingen en wensen van [eisers]. hetgeen niet het geval was. De Rechtbank heeft geoordeeld, dat de rabobank haar zorgplicht heeft geschonden en de schade van [eisers] dient te vergoeden. Het beroep van de Rabobank op rechtsverwerking kon haar, mede als gevolg van de vertrouwensrelatie, niet baten. 

Rechtbank Amsterdam 28 januari 2009 (LJN: BH5765 en JOR 2009, 165)

In de zaak van:
[Eiser],
advocaat: mr. H.J. Bos en mr. N.H.A. Kampschreur,

tegen:

ABN AMRO Bank N.V.,
advocaat: mr. J.W. van Rijswijk,

[Eiser] had een vermogensadviesrelatie met ABN AMRO en verwijt ABN AMRO, dat zij effectentransacties heeft geadviseerd die niet passen bij zijn persoonlijke omstandigheden en wensen. Voorts verwijt [eiser] ABN AMRO, dat zij hem niet heeft gewaarschuwd voor de risico's van het door ABN AMRO geadviseerde beleggingsbeleid. De Rechtbank heeft geoordeeld, dat ABN AMRO haar zorgplicht heeft geschonden en heeft ABN AMRO veroordeeld tot vergoeding van 50% van de schade.